Effectief reageren in noodsituaties



PrintPrint

Hoofdstuk 7 van de VCA-checklist heeft als doel dat bedrijven op een georganiseerde wijze effectief reageren in geval van noodsituaties. Het gaat dan met name om noodsituaties op het terrein van de opdrachtgever.

Deze VCA-verplichting komt voort uit artikel 3 van de Arbowet: de werkgever moet doeltreffende maatregelen nemen om het mogelijk te maken dat de werknemer, indien een toestand ontstaat waarin direct gevaar voor de veiligheid of gezondheid aanwezig is, zich snel in veiligheid kan stellen dan wel andere passende maatregelen kan nemen en om te verzekeren dat de schade aan de gezondheid zoveel mogelijk beperkt wordt.

Optreden in noodsituaties
Het functioneren van de organisatie in geval van nood in de eigen organisatie, en specifiek bij een opdrachtgever, dient vastgelegd te zijn in een noodplan of noodplannen en bekend te worden gemaakt binnen het bedrijf.

Deze noodplan(nen), gebaseerd op de risico-inventarisatie en -evaluatie en TRA’s , moeten beschrijven hoe om te gaan met noodsituaties. Aandachtspunten zijn:

  • Meld-, waarschuwings-, alarmerings- , evacuatie- en verzamelplaatsprocedures.
  • Taken en verantwoordelijkheden van betrokken functionarissen.
  • Medische verzorging/eerste hulp, middelen, organisatie en personele invulling.
  • Waarschuwing van de familie/nabestaanden van de slachtoffers.
  • Trauma- en nazorgbegeleiding van de collega’s en omstanders van het slachtoffer.

Noodsituaties kunnen zijn: ongeval, brand, (stof)explosie, verstikking, vergiftiging, verdrinking, gaslek, materiële schade, enzovoort. Het optreden in noodsituaties houdt in het verlenen van eerste hulp, blussen van beginnende brand, evacueren van personen uit risicovolle gebieden en het begeleiden van interne en of externe hulpdiensten. Noodplannen dienen zowel voor de eigen organisatie als voor locaties en projecten te worden opgesteld en bekend te zijn bij de medewerkers.

Oefenen
Regelmatig oefenen (minimaal 1 keer per jaar) in het omgaan met noodsituaties is noodzakelijk. Evaluatie van de oefeningen levert meestal activiteiten op ter verbetering van het noodplan. Noodplannen moeten worden afgestemd met de eventuele opdrachtgever(s) en externe hulpverleners. Vermeld de eerste instructie met betrekking tot alarmering en melding op een alarmkaart en hang deze zichtbaar op; niet alleen in de eigen bedrijfssituatie maar ook op locaties en projecten. Geef ‘alleenwerkers’ een schriftelijke (geplastificeerde) alarminstructiekaart mee.

Eerste hulp- en brandblusmiddelen
Eerste hulp- en brandblusmiddelen moeten altijd op de werkplek of het desbetreffende project aanwezig zijn om aan noodsituaties het hoofd te kunnen bieden. Denk hierbij ook aan de specifieke middelen zoals oogspoelflessen en (schep)brancards. De inhoud van de EHBO-koffer is afhankelijk van de te verwachten letsels en is dus werk- en of projectafhankelijk. Uit een risicoanalyse met eventuele scenario’s moet dit naar voren komen. Ook voor de redding van slachtoffers kan het zijn dat specifieke middelen beschikbaar moeten zijn. Hierbij kan gedacht worden aan reddingsmiddelen om slachtoffers uit besloten ruimten of van (grote) hoogte te halen.

Hulpverleners mogen zelf geen slachtoffer worden bij hulpverleningsactiviteiten en moeten daarom soms specifiek worden beschermd (persoonlijke adem- en lichaamsbescherming). Brandblusstoffen zijn geschikt voor de te verwachten brand. Pleeg zo nodig overleg met de eventuele opdrachtgever. Houd er rekening mee dat brandblussers periodiek door een bevoegd persoon moeten worden gekeurd. Door middel van een sticker of label op de brandblusser is vermeld wanneer de eerstvolgende keuring plaats moet vinden. Voor al deze middelen geldt dat ze te allen tijde in voldoende mate aanwezig en in de juiste staat van onderhoud moeten zijn. Dit, en de beschikbaarheid van de andere veiligheidsvoorzieningen en –middelen, is een belangrijk inspectiepunt bij de periodieke inspecties van de operationeel leidinggevenden.

Termijnen brandblussers
Conform NEN 2559 gelden de volgende termijnen.
Brandslanghaspels: jaarlijkse keuring.
Draagbare blussers:
o 2 jaarlijkse keuring
o 5 jaarlijkse revisie
o Na 20 jaar vernietiging

Opleiding bedrijfshulpverlening
Merkwaardig is dat de opleiding van medewerkers, die verantwoordelijk zijn voor hulpverlening in noodsituaties, in de VGM-Checklist Aannemers geen eis is, maar een vrijblijvend ‘aanvullende’ vraag is, terwijl de Arbowet dit expliciet verplicht. Om te beschikken over adequaat opgeleide en getrainde hulpverlenende medewerkers moeten deze aangewezen, opgeleid en getraind worden. Een lijst van aangewezen medewerkers met vermelding van de opleiding dient in het bedrijf aanwezig te zijn. Maak jaarlijks een update van deze lijst. Een goede opleiding zorgt ervoor dat de medewerkers in een noodsituatie op de juiste wijze reageren. De opleiding besteedt ten minste aandacht aan:

•             Het verlenen van eerste hulp bij ongevallen.
•             Het beperken en het bestrijden van een (beginnende) brand en het voorkomen en beperken van ongevallen.
•             Het in noodsituaties alarmeren en ontruimen/evacueren van werknemers en andere personen op het werk/project.
•             Het alarmeren van en samenwerken met hulpverleningsorganisaties in verband met de vorenstaande bedoelde bijstand.
•             Overige in de/het betreffende noodplan(en) beschreven aspecten.

BHV
De bedrijfshulpverleners beschikken over een zodanige deskundigheid, ervaring en uitrusting, zijn voldoende in aantal en zijn zo georganiseerd dat zij hun taken naar behoren kunnen vervullen. De opleiding van de bedrijfshulpverlener moet gebaseerd zijn op het in het Brandbeveiligingsconcept Bedrijfshulpverlening gepubliceerde opleidingsprofiel. Een bedrijfshulpverlener moet om de 2 jaar minimaal 8 uur besteden aan herhalingscursussen en oefeningen. In het geval er bijzondere risico’s zijn met betrekking tot bijvoorbeeld brand, dan moeten door één of meer bedrijfshulpverleners aanvullende opleidingen worden gevolgd. Als uit de risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in artikel 5 van de Arbeidsomstandighedenwet, blijkt dat bijzondere risico’s aanwezig zijn, dan worden door één of meer bedrijfshulpverleners aanvullende opleidingen gevolgd. Dat zal met name het geval zijn voor de specifieke eerste hulpverlening en brandbestrijding.

AED
Op veel projecten is tegenwoordig ook een AED (Automatische Externe Defibrillator) aanwezig. Bij een hartstilstand kunnen niet alleen artsen, maar ook medische leken trefzeker levensreddend handelen als iemand een plotselinge hartstilstand heeft gekregen. Echter door te krappe beschikbaarheid van zo’n apparaat en door onduidelijkheid over wel of niet opgeleid moeten zijn om een AED toe te passen, komt zo’n poging vaak te laat. Daardoor overlijdt in ons land jaarlijks een groot aantal mensen ontijdig. Daarom is er veel voor te zeggen dat in ieder geval alle bhv’ers een AED-instructie ontvangen.