Wat zegt de wet over een noodstop bij machines van voor januari 1995?
Moeten machines ouder dan 1 januari 1995 een noodstop hebben? Waarmee moet je bij deze machines rekening houden? Vooral als je kijkt naar de VCA Checklijst 2025/6.1 vraag 9.2 "Worden arbeidsmiddelen en PBM gekeurd?".
Behalve vraag 9.2 is ook 9.1 relevant. De tweede minimumeis luidt hier: "Er wordt voldaan aan de VGM-eisen ter eliminering van potentiële risico's." De vierde eis: "Er is een periodieke update van de VGM-eisen op basis van de RIE, inspecties en keuringen."
Wat zegt de machinerichtlijn over apparaten van voor 1995?
Machines die voor 1 januari 1995 zijn geproduceerd en in de handel gebracht, hoeven niet te voldoen aan de eisen van de Machinerichtlijn. Deze machines moeten echter wel voldoen aan de eisen van de Richtlijn Arbeidsmiddelen, zoals die is opgenomen in de Arbowetgeving (Arbobesluit, Hoofdstuk 7).
In artikel 7.3 Geschiktheid arbeidsmiddelen is opgenomen: Bij de keuze van de arbeidsmiddelen die de werkgever ter beschikking stelt, wordt rekening gehouden met de uit de RI&E gebleken:
- specifieke kenmerken van de arbeid,
- met de omstandigheden waaronder deze wordt verricht,
- met de op de arbeidsplaats al bestaande gevaren en
- met de gevaren die daaraan zouden kunnen worden toegevoegd door het gebruik van de desbetreffende arbeidsmiddelen.
NOOT: Hoofdstuk 7 Arbobesluit gaat over arbeidsmiddelen, dat is meer dan enkel machines. Definitie arbeidsmiddelen: alle op de arbeidsplaats gebruikte machines en verwante producten, installaties, apparaten, gereedschappen, digitale systemen en andere hulpmiddelen om de arbeid te verrichten.
Er zijn oude machines die soms wel voorzien zijn van een noodstop. Echter in hoeverre de betrouwbaarheid en effectiviteit van de noodstopinrichting voldoet aan de gestelde eisen, is zonder nader onderzoek niet vast te stellen.
Opmerking: de machine draait na bediening van de noodstop nog wel geruime tijd door (uitloop) en staat niet direct (< 1 sec) stil.
Zonder risicobeoordeling per machine (of identieke machinegroep) is niet aan te geven of voor niet-CE machines een (extra) noodstopvoorziening noodzakelijk is. Bepaald moet worden of een noodstopinrichting het risico wel of niet verminderd.
Wat zegt de nieuwe Machineverordening (vanaf 2027)?
Vanaf 20 januari 2027 vervangt de Europese Machineverordening de huidige Machinerichtlijn. De nationale uitvering van deze nieuwe Machineverordening wordt geregeld in het nieuwe Warenwetbesluit machines 2026. Hierbij valt te denken aan hoe de artikel uit de nieuwe verordening in Nederland worden gehandhaafd.
De nieuwe Machineverordening is te vinden op onder meer:
https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:32023R1230
Op de website van EUR-Lex heeft men toegang tot Europese wet- en regelgeving, die gekozen kan worden in elke Europese taal. In de nieuwe Machineverordening is het al langer bestaande begrip ‘substantiële wijziging’ van een machine specifieker toegelicht.
Artikel 18 van de nieuwe Machineverordening bepaalt dat diegene die een machine substantieel wijzigt als ‘fabrikant’ wordt beschouwd en dat de machine alsnog in overeenstemming moet komen met de toepasselijke eisen van deze verordening.
Dat zou kunnen betekenen dat een machine ouder dan 1995 bij een substantiële wijziging alsnog voorzien moet worden van een noodstopvoorziening.
NOOT: dit was in meerdere mate ook al zo van kracht in de Machinerichtlijn.
Adviezen
Daarom de volgende adviezen
- Per machine (of identieke machinegroep) dient een risicobeoordeling uitgevoerd te worden om te bepalen of de huidige uitvoering voldoet aan het gestelde in het Arbobesluit.
Uit deze risicobeoordeling zal blijken of de machine aan de wettelijke eisen voldoet of dat aanvullende maatregelen nodig zijn zoals bijvoorbeeld het installeren van een (extra) noodstop.
Opmerking: Indien een (extra) noodstop dient te worden aangebracht dient deze voorziening te voldoen aan de huidige normen zoals voor machines in de Machinerichtlijn en binnenkort in de nieuwe Machineverordening wordt aangegeven.
- De noodstopknop moet te allen tijde vanaf de bedienplaats van het arbeidsmiddel bereikbaar zijn.
- Voor de niet CE-gemarkeerde machines, die wel voorzien zijn van een noodstopinrichting, dient de betrouwbaarheid van de noodstopinrichting te worden getoetst. Dit hoeft niet volgens de huidige norm NEN-EN-ISO 13849-1:2023 indien dit door ontbrekende componentgegevens niet haalbaar is. Dan kan volgens de (oude) NEN-EN 954-1:1997 worden getoetst.
- Een arbeidsmiddel beschikt over een noodstopvoorziening, indien dit met het oog op de gevaren van dat arbeidsmiddel en de normale tijd die nodig is om dat arbeidsmiddel stop te zetten noodzakelijk is (Arbobesluit artikel 7.16)
- Uiteraard moet eerst via een risicobeoordeling vastgesteld zijn dat de aanwezige noodstopinrichting een toegevoegde veiligheidswaarde heeft.
- Een opklapbare afscherming, stofkap of beveiligingsrek dient binnen 1 à 2 seconden de machine te stoppen en mag niet de functie hebben als noodstop.
- Zorg voor een risicobeoordeling / risico-inventarisatie en -evaluatie per arbeidsmiddel al of niet uitgevoerd tijdens de algemene RI&E. Leg bevindingen per arbeidsmiddel vast (aantoonbaarheid).
- Geef voorlichting en instructie aan de werknemers inzake een juist gebruik van de machines en de werking van de beveiligingen. Handen/armen mogen nooit in draaiende machines worden gebracht.
- Houd toezicht op het naleven van het veilig gebruik van de machines met name het verbod om beveiligingen te overbruggen of onklaar te maken.
- Laat de werknemers periodiek (bv. maandelijks) de beveiligingen testen en maak dit aantoonbaar.
- Neem machine buiten bedrijf bij een geconstateerd defect en repareer dit direct.
- Laat werknemers defecten en dergelijke terstond melden en neem actie.
- Zorg voor een periodiek onderhoud van de machine door een deskundig persoon. Zorg hierbij dat de machine hierbij buiten bedrijf wordt genomen en blokkeer tegen onbedoeld inschakelen. Dus: stekker eruit of vergrendel de werkschakelaar.
- Leg per machine de onderhoudsfrequentie vast en houdt een logboek bij. (Aantoonbaarheid!)
- Neem in het periodiek onderhoud ook op het testen van de veiligheden op goede werking en de inspectie van de componenten op slijtage en vervuiling. Reinig/smeer/vervang zo nodig.
- Zorg voor een regelmatige, adequate reiniging van de machinedelen door de werknemers. Zorg hierbij dat de machine buiten bedrijf wordt genomen en blokkeer tegen onbedoeld inschakelen. Dus: stekker eruit of vergrendel de werkschakelaar.
Kortom
Samengevat hoeven machines die voor 1 januari 1995 zijn geproduceerd en in de handel gebracht (en niet substantieel zijn gewijzigd), niet te voldoen aan de eisen van de Machinerichtlijn en binnenkort de nieuwe Machineverordening. Deze machines moeten echter wel voldoen aan de eisen van de Richtlijn Arbeidsmiddelen, zoals deze is opgenomen in de Arbowetgeving (Arbobesluit, Hoofdstuk 7).
Er dient per arbeidsmiddel een risicobeoordeling uitgevoerd te worden volgens art 7.3 Geschiktheid arbeidsmiddelen.
Indien machines direct stoppen (binnen 1 à 2 seconden) na uitschakelen middels een stopknop of de werkschakelaar dan vermindert een noodstop niet een eventueel risico en behoeft niet aangebracht te worden.
Let op!
Natuurlijk moet er ook periodiek een elektrische NEN 3140 keuring plaatsvinden. Zonder CE-markering wordt de machine per definitie afgekeurd, tenzij er een goede risicobeoordeling voor de machine aanwezig is!
Dit artikel is een update door Martin van der Ende van het artikel van Siep Slager uit 2021.


