Zzp'ers en werkgevers die zelf arbeid verrichten



PrintPrint
Ook een zzp'er moet zich aan de Arbowet houden

Er wordt vaak gedacht dat zzp'ers en werkgevers die zelf arbeid verrichten zich niet hoeven te houden aan de arbowet- en regelgeving. Deze gedachte is niet juist.

De Arbowet bepaalt in artikel 16 dat zelfstandigen (zzp'ers) en werkgevers die zelf arbeid verrichten verplichtingen moeten naleven die zijn opgenomen in het Arbobesluit. In het Arbobesluit wordt in artikel 9.5 een groot aantal verplichtingen genoemd. Zelfstandigen (zzp'ers) en werkgevers die zich hier niet aan houden kunnen te maken krijgen met strafrechtelijke (boetes) en civielrechtelijke aansprakelijkheid (claims of geen schadevergoeding). Bovendien is het belangrijk dat ook deze zzp'ers en werkgevers zó werken dat zij geen letsel en of schade aan de gezondheid oplopen!

Het verschil tussen een zzp'er en een werknemer
Een zelfstandige (zzp'er) werkt niet onder gezag. Hij heeft juist een bepaalde mate van vrijheid bij het uitvoeren van de opdracht. Elementen die een rol spelen bij de beoordeling van het begrip zelfstandige voor de Arbowet zijn:

  • Heeft de zelfstandige een bepaalde klus aangenomen en is hij zelf verantwoordelijk voor het resultaat
  • Bepaalt hij zelf hoe hij het werk uitvoert en welk materiaal hij hierbij gebruikt
  • Zorgt hij zelf voor persoonlijke beschermingsmiddelen?
  • Kan hij zelf zijn arbeidstijden bepalen?
  • Moet hij eventuele schade, ontstaan door gevaarlijke of ongezonde werkzaamheden, zelf betalen?
  • Wat is de gezagsrelatie tussen de zelfstandige en de opdrachtgever?

Samenvattend:

  • De zzp'er werkt niet op basis van een arbeidsovereenkomst.
  • De zzp'er heeft geen gezagsrelatie met de opdrachtgever.
  • De zzp'er heeft vrijheid bij het uitvoeren van de opdracht.
  • De zzp'er is (financieel) aansprakelijk voor schade als er iets niet goed gaat.

Wat zijn de belangrijkste arbeidsrisico’s voor zelfstandigen zonder personeel (zzp'ers) en werkgevers die zelf arbeid verrichten? Welke verplichtingen zijn op hen van toepassing, waar ze dus zelf verantwoordelijk voor zijn? Het gaat hierbij met name om situaties die onveilig en ongezond kunnen zijn.

Veilige machines
Machines moeten veilig zijn en er moet veilig mee worden gewerkt. Dit betekent onder meer dat:

  • bewegende delen van machines afgeschermd en beveiligd moeten zijn;
  • machines stabiel opgesteld moeten zijn;
  • machines gebruiken waar ze voor bedoeld zijn;
  • onderhouds-, reparatie- en reinigingswerkzaamheden alleen uitgevoerd mogen worden als de machine is uitgeschakeld en drukloos of spanningsloos is gemaakt;
  • achines gekeurd worden;
  • samengestelde machines voorzien moeten zijn van een gemeenschappelijke noodstopvoorziening.

Werken op hoogte
Bij risicoverhogende omstandigheden, vloeropeningen en vanaf een werkhoogte boven de 2,5 meter moeten structurele maatregelen worden genomen om valgevaar te voorkomen. Denk er hierbij aan om een veilige (rol)steiger, stelling, bordes of werkvloer, hekwerken, leuningen en dergelijke te gebruiken. Als dat allemaal niet kan, kan gebruik gemaakt worden van grote en goede vangnetten of veiligheidsgordels met vanglijnen. Als laatste kan persoonlijke valbeveiliging worden toepast.

Er moeten altijd maatregelen worden getroffen bij werken op hoogte. Ook als het werk maar van korte duur is. De arbeidsmiddelen en PBM’s dienen gekeurd te zijn. Denk hierbij aan trappen en ladders, (rol)steigers en persoonlijke valbeveiliging.

Elektriciteit
Werken aan elektrische installaties mag alleen door deskundigen gebeuren. Voor werk aan hoogspanningsinstallaties gelden nog extra deskundigheidseisen.

Handgereedschap
Elektrisch handgereedschap moet deugdelijk zijn, goed onderhouden worden en gekeurd zijn. Gereedschap mag alleen worden gebruikt voor het doel waarvoor het is gemaakt. Voor werken in natte, besloten of nauwgeleidende ruimten moeten maatregelen worden getroffen. Ook het werken met de motorkettingzaag is erg gevaarlijk en vereist een speciale deskundigheid, gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen (pak, schoenen, bril, helm, gehoorbescherming) en een stabiele werkplek.

Verdrinkingsgevaar
Vooral aan boord van schepen en werkzaamheden in de nabijheid van water bestaat het gevaar te water te raken en te verdrinken. Het dragen van reddingsvesten is dan verplicht.

Persoonlijke beschermingsmiddelen
Als er risico’s zijn als valgevaar, vallende voorwerpen, snijgevaar, blootstelling aan schadelijk geluid of gevaarlijke stoffen die niet te vermijden zijn, moeten de juiste persoonlijke beschermingsmiddelen worden gebruikt. Afhankelijk van het risico kan het bijvoorbeeld gaan om veiligheidsschoenen of -laarzen, speciale werkkleding, speciale handschoenen, reflecterend vest, gehoorbeschermingsmiddelen, ademhalingsbeschermingsmiddelen, bril, helm, vanglijn of gordel. Deze beschermingsmiddelen moeten goed onderhouden, gerepareerd en schoongehouden worden en op tijd worden vervangen.

Gezondheid
De bepalingen in verband met gevaarlijke stoffen (kwarts, zandstraalverbod, vluchtige organische stoffen, houtstof, asbest en biologische agentia) zijn altijd van toepassing voor zzp'ers en werkgevers die zelf arbeid verrichten. De bepalingen in verband met fysieke belasting en lawaai zijn alleen van toepassing indien er sprake is van het tegelijkertijd werken met anderen op dezelfde arbeidsplaats.

Gevaarlijke stoffen
Blootstelling aan gevaarlijke stoffen kan leiden tot zeer ernstige schade aan de gezondheid. Denk aan asbest, dieselmotorenemissie, kwartsstof, houtstof en vluchtige organische stoffen in verfsoorten en lijmen. Daarbij kan het gaan om acute vergiftiging en (chemische) brandwonden, maar ook om chronische aandoeningen als kanker, astma, organisch psychosyndroom (OPS) of eczeem. Het gezondheidsrisico hangt niet alleen af van de eigenschappen van de stof, maar ook van de concentratie en de duur van de blootstelling. Daarom moet blootstelling aan gevaarlijke stoffen zo veel mogelijk worden vermeden.

Fysieke overbelasting
Als er wordt gewerkt op een arbeidsplaats waar ook anderen werken, dan moet de zzp'er en de werkgever die zelf arbeid verricht ervoor zorgen dat zó wordt gewerkt dat fysieke overbelasting wordt voorkomen.

Gevaar voor derden
Deze bepalingen zijn altijd van toepassing voor zzp'ers en werkgevers die zelf arbeid verrichten. Soms levert het werk onbedoeld gevaar op voor anderen, zoals andere werkenden, bezoekers, voorbijgangers, omstanders en omwonenden. De maatregelen die worden genomen voor de eigen bescherming zijn zeker niet altijd voldoende om ook anderen te beschermen. Zo kunnen voorbijgangers bijvoorbeeld worden geraakt door materialen of gereedschappen die van een steiger of bouwwerk vallen. Enkele voorbeelden van risico’s voor derden zijn:

  • gevaar van aanrijding door bouw-, vracht- of landbouwverkeer;
  • onbevoegden die uw werkterrein betreden waarbij onder andere gevaar bestaat voor vallen, bekneld raken, elektrocutie en verdrinken;
  • het bezwijken, breken of vallen van constructies bij sloop-, hak- en boorwerkzaamheden;
  • het omvallen van funderingsmachines, kranen, hoogwerkers of steigers;
  • voorwerpen die vallen op een openbaar terrein;
  • brand-, ontploffings- en verstikkingsgevaar;
  • besmettingsgevaar (via besmette persoon of via besmette hulpmiddelen, maar ook via de lucht en afvalwater, kunnen ziektekiemen zich verspreiden).

Mobiele arbeidsmiddelen met eigen aandrijving
Personen mogen niet meerijden op heftrucks, reachtrucks en dergelijke, tenzij er een speciaal daarvoor ingerichte veilige plaats is. Deze voertuigen zijn immers niet geschikt voor het vervoeren van personen. Bij werken met een heftruck mogen dus geen anderen meerijden. Daarnaast mag men zelf niet ‘meeliften’ met een heftruck. Hieronder valt ook u laten heffen door een heftruck, bijvoorbeeld om iets uit een stelling te pakken.

Hijs- en hefwerktuigen
Niet staan onder hangende hijs- en hefwerktuigen. Er bestaat namelijk het gevaar getroffen te worden door vallende voorwerpen. Bij bediening van hijs- of hefwerktuig regelmatig controleren of in de directe omgeving zich geen personen bevinden. En nooit in de buurt van een werkende kraan aan het werk zijn. Bij slechte weersomstandigheden, zoals harde wind en slecht zicht, mag niet gewerkt worden met hijs- en hefwerktuigen.